De Smalle Beurs en de Grote Kerk
Samen gemeente van Jezus Christus zijn in Elst. Dat is wat ons samenbrengt. Dat is de Geest, lees ik in 1 Korinthe 12. Die Geest moet soms hard aan het werk. Nu is al Pinksteren geweest, als u dit leest, dus wij zijn allemaal alerter en ontvankelijker voor die Geest, dan in andere jaargetijden.
Twee grote klussen vroegen afgelopen maand de inzet van deze Geest-Verbinder. Allereerst vierden we de week van de Smalle Beurs. Voorheen bekend als week tegen de Armoede. Als een van de drie pijlers van ons diaconale leven houden we ons jaarlijks bezig met dit thema.
Dit jaar kozen we voor de insteek: Niemand is arm. We wilde daar twee kanten mee belichten: allereerst de schaamte, die armoede oproept. Mensen praten niet graag over hun geldgebrek (überhaupt niet over hun gebrek). En de andere kant: er zou geen armoede in onze rijke samenleving moeten zijn. Zo wordt de zin een uitroep van verlangen. De week werd gestart met de zondagse viering. Saskia (Forte Geldzaken) en Magreet (diaconie) hielden een samenspraak. Saskia had graag een interview gehouden met een vrouw, die, voorbij haar schaamte, over haar armoede kon spreken. Helaas, dit bleek een brug te ver. Zo ver kan het spook van de schaamte dus grijpen ... Wel kon Saskia vertellen, dat ze deze mevrouw gesproken had over wat haar helpt. De vrouw, moeder van twee kinderen, bleek gescheiden (in mijn herinnering). Toen ze na haar scheiding een nieuwe woning had gevonden, bleek het hele gezin een ernstige huidaandoening te hebben. Ze wilde werken. Enfin, je voelt het aankomen: de ene behoefte riep de andere belemmering op. Wat hielp is de nabijheid van mensen, die vroegen hoe het met haar was, en de tijd namen te luisteren en mee te denken. Het belangrijkste werd nu voor deze vrouw om hulp te vragen, haar schaamte zelf steeds weer te overwinnen.
In ons geloof helpt de Geest daarbij. In 1 Korinthe 12: 23 ‘de delen van het lichaam waar we ons voor schamen, ..., behandelen we zorgvuldiger en met meer respect’.
En dit is de perfecte brug, zoals die ook in 1 Korinthe 12 gemaakt wordt: Geest zorgt voor samenhang van de verschillende lichaamsdelen. De gemeente van Christus, ook die van ons in Elst, wordt lichaam genoemd. Wij zijn geraakt door ons geloof en hebben elkaar opgezocht en gevonden. Samen proberen we de ziel van Jezus Christus, in en uit te ademen, door ons gemeenschap zijn. Wij zijn lichaam van Christus in Elst met veel bezittingen en fijne gebouwen, zoals Onder de Toren, De Ruimte en de Grote Kerk.
Die Grote Kerk is een monument voor onze gemeenschap, maar ook voor het dorp en zelfs voor de regio. Gezien zijn omvang is hij al bij de bouw ontworpen voor een grotere groep aanbidders dan de Elstenaren zelf. Elst ligt dan ook al eeuwen op het kruispunt van wegen van oost naar west, van noord naar zuid. Tussen twee vaarwegen, tussen twee grote steden, tussen Veluwe en Berg en Dal. Elst is een pelgrimsoord. Religieus en toeristisch. De aanwezigheid van de oude Romeinse tempel bevestigt deze praktijken.
Enfin, afgelopen dinsdag 19 mei zat de Grote Kerkenraad bijelkaar. Scenario C lag ter stemming voor: de kerk van binnen geschikt maken voor een drieledige functie: liturgisch, museaal en maatschappelijk. Er werd niet meer gediscussieerd. Elk kerkenraadslid hield een pleidooi voor of tegen. Hier werden vaak grondwoorden van geloven gebruikt: een spirituele plek in de toekomst, een hoopvolle, multifunctionele ontmoetingsplek, een onmogelijke uitgave, omdat er zo niets over blijft voor de jonge generatie; een noodzakelijke uitgave om de jonge generatie te laten leven en geloven in deze tijd, in verbinding met de geschiedenis van het gebouw. De meerderheid koos tenslotte voor het uitwerken van scenario C.
Alle aanwezigen kozen ervoor om van nu af aan tijd te nemen voor elkaars verhalen. Verhalen van verlangen naar geloof, hoop en liefde. Elk verhaal verdient een ruimte van zorgvuldigheid en respect. Een ruimte zo groot als verbeeld door de Grote Kerk, denk ik dan.
Goede Geest gewenst om jezelf, elkaar, de inwoners van Elst, de pelgrims zorgvuldig en respectvol te naderen, hartelijke groet,
ds. Martin de Jong


