| Locatie: |
De Ruimte |
| Datum: |
11-02-2026 |
| Tijd: |
20:00-21:30 |
| Onderwerp: |
Theologisch Café: Durven leven met verbeelding : over hemel en hel |
| Info: |
Jac.Franken |
Theologisch café, De Ruimte, Elst 11-2-2026
inloop 19:30 , gesprek 20:00 uur.
Inleiding
De vorige keer, 21 januari, spraken we over beelden van de kerk.
In eén van die verbeeldingen is de kerk :‘domus dei et porta coeli’ =huis van god en poort van de hemel’. Te zien op een kerk ergens in Toscane Italië en in ons eigen land, in Breda.
poort van de hemel LatijnEen voorstelling die teruggaat op de ideeën van kerkvaders zoals Irenaeus en Cyprianus.
Maar wat bedoelen we dan met ‘de hemel’. Je vindt beschrijvingen van hemel en hel op verschillende manieren terug in talloze kunstwerken, in literatuur ,in films
Een meer aardse verbeelding lees je een krantenkop over ‘een idealist’ (VK 9-01-2026):
“Ik wil bijdragen aan een hemel op aarde….. Dit is toch de plek waar het goed moet komen.”
En als tegenbeeld daarvan : “De Nederlander Hendrik (40) overleeft de hel van de Oekraïense loopgraaf vol ratten: ’Daar lag ik, alleen en gewond, bij min 15 graden.” (Telegraaf 16-01-2026).
Zo beelden we soms de hemel en de hel af: de hemel als een paradijselijke plek op aarde en de hel als de ergste plek op aarde die je kunt bedenken.
Gelovigen denken bij ‘hemel en hel’ meestal aan het hiernamaals en een leven ná de dood. “Kom je dan in de hemel of kom je dan in de hel?” En wat stel je je daarbij voor?
Je vindt beschrijvingen van hemel en hel op verschillende manieren terug in talloze kunstwerken, in literatuur, in films.
Het hiernamaals
Een intrigerende en indringend vraag die mensen zich stellen – in alle mogelijke culturen is de vraag ‘wat er is na de dood’. Is er een hiernamaals of niet? En is er een ziel die voort bestaat ? En zie je dan je geliefden weer terug ?
In het Hindoeïsme en Boedhisme is sprake van reïncarnatie en het uiteindelijk bereiken van de staat van verlichting of verlossing.
In de Noordse en Germaanse mythologie zijn er verschillende ‘hemelen’ o.a. het Walhalla.
In de Griekse mythologie ging men na de dood naar de onderwereld (de Hades). Wie goed geleefd had ging naar de Elyseïsche velden, wie slecht geleefd had naar de Tartaros, waar de eeuwige Sisyphusarbeid wachtte of de Tantaluskwelling.
Het begrip ‘Tartaros’ wordt ook gebruikt in de 2e brief van Petrus (hfdst 2:4) als plaats van de diepste duisternis waar gevallen engelen hun oordeel afwachten.
In de Egyptische mythologie is sprake van een onderwereld en een reis naar de hemel of de volgende wereld, op de zonneboot. Sommigen doorstaan de reis, anderen verdwijnen in een zee van vuur.
In de Babylonische traditie zijn er talloze goden die verblijven in diverse hemelen. Voor mensen is daar geeen plaatss en het beroemde Gilgamesj -epos beschrijft dat er voor mensen geen eeuwig leven is weggelegd.
In de Perzische ( Iraanse) traditie speelt de strijd tussen goed en kwaad een centrale rol in de visioenen van de profeet Zoroaster of Zarathustra. Zarathustra geloofde in een laatste oordeel waarbij ieder van ons verantwoording over zijn leven moet afleggen en beloond óf gestraft wordt in het hiernamaals.
De Griekse (hellenistische), Egyptische en Babylonisch/Perzische tradities hebben invloed gehad op de Joodse traditie.
De joodse traditie
Opmerkelijk is dat in de bijbel niet gesproken wordt over ‘hemel en hel’ maar over ‘hemel en aarde’. En dat past bij het klassieke oud oosterse wereldbeeld. De aarde wordt overkoepeld door de hemel , die soms op zuilen staat, en omgeven is door water, boven en onder de aarde en ook boven het hemelgewelf (waar soms de hemelsluizen open kunnen gaan).
De hemel wordt in verschillende teksten voorgesteld als de woonplaats van God en van de engelen. Soms wordt ook gezegd dat God troont in de hemel. ‘De hemel is de hemel van God, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven’ (Ps. 115:16). Soms wordt ook gezegd dat God troont in de hemel. Tegelijk wordt gezegd dat de hemel en de hemelen God niet kunnen bevatten (bijvoorbeeld 1 Koningen 8:27). In een van de psalmen is God verheven bóven de hemelen.
Er is een ‘metafysische’ bijbetekenis waarin de hemel staat voor alles wat macht heeft over de mensen. Het woord hemel of hemelen wordt ook gebruikt als aanduiding van God (om het gebruik van de heilige godsnaam te vermijden) zowel in het Grieks (ouranos) als in het Hebreeuws (sjamajim). Koninkrijk of koningschap der hemelen is dan identiek aan koninkrijk of koningschap van God. En visioenen en verschijningen vanuit de hemelen kun je uitleggen als ‘afkomstig uit de sfeer van het goddelijke’.
In de visioenen van Jesaja (in Jesaja 22-24) horen we dat God zal afrekenen in de hemel met de machten van de hemel en op aarde met de vorsten van de aarde. Zij zullen worden opgesloten in een kerker, gevangen in een kuil en na lange tijd hun straf ontvangen. Hemel en aarde zullen beide vergaan. En Jesaja 65 spreekt over de schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Leven na de dood
Nergens in de teksten in het Oude Testament wordt de hemel voorgesteld als een plek waar mensen na hun dood heengaan. Van Henoch wordt gezegd dat hij wandelde met God en dat God hem wegnam (Genesis 5 :24) maar van opname in de hemel is geen sprake. Van de profeet Elia lezen we dat hij in een storm in een vurige wagen met paarden ten hemel voer. (2 Koningen 2:11).
In het Oude Testament wordt wel gesproken over het schimmenrijk (sheool; in het grieks de hades), waar de doden verblijven, het graf als een plek waar God niet aanwezig is. Maar van het opstaan van de doden is nergens sprake. ‘Stof ben je en tot stof zul je weerkeren.’ De vertroostende visioenen van de profeten hebben betrekking op het leven in vrede en sterven in gezegende ouderdom. Er zijn enkele passages bij de profeten (bijvoorbeeld in Ezechiel 37 ) en in de psalmen (bijvoorbeeld psalm 73) die je met enige verbeelding zo zou kunnen interpreteren dat er leven is na de dood.
In de latere joodse literatuur , na ongeveer 200 voor Christus, ontstaan er nieuwe visies op het leven na de dood. Zoals in de visioenen van Daniel (hfdst 12: 1-4).lezen we over een ‘dag des oordeels’. Velen van hen die slapen in het stof zullen ontwaken. En sommigen van hen zullen eeuwig leven en stralen als sterren aan de hemel. En anderen worden voor eeuwig veracht. Van een hel van vuur is geen sprake.
In de joodse literatuur uit de periode na 200 vóor Christus – en deels onder invloed van de Perzisch Babylonische tradities vinden we veel meer speculaties en visioenen over het einde van de wereld en ook over een oordeel , over het opstaan van de doden en over een leven na de dood en een onsterfelijke ziel.
De uitvoerigste is het boek van Henoch. Daar komt ook de gedachte op aan een onderverdeling van de Sjeool of Hades: de rechtvaardigen kunnen toch niet – wachtend op het laatste oordeel - samen met de onrechtvaardigen in het dodenrijk verblijven.
De christelijke traditie
In het Nieuwe Testament zijn er enkele passages die uitgaan van een leven na de dood.
En dit wordt verbonden met leven bij God, of in de hemel tegenover de gehenna of het leven met eeuwige bestraffing of het vuur na het laatste oordeel. Bijvoorbeeld in het evangelie van Mattheus (hfdst 24 en 25). Met gehenna wordt verwezen naar het dal van Hinnom, bij Jeruzalem, waar in de oudtestamentische tijd kinderen aan de god Moloch werden geofferd.
Daarnaast is in enkele teksten sprake van het dodenrijk of de hades waar de gestorvenen verblijven in afwachting van het oordeel. Dat ’laatste oordeel’ of ‘de dag van het oordeel’ wordt in de christelijke traditie vooral afgeleid uit Mattheus 25. Daar wacht de rechtvaardigen eeuwig leven en de niet-rechtvaardigen de eeuwige bestraffing.
In de eerste eeuwen van het christendom is door veel theologen eindeloos gespeculeerd over hemel en hel. Met name de visioenen van Johannes in het boek Openbaringen zijn hier de inspiratie voor geweest. En daarnaast het apocriefe boek “Openbaring van Petrus” uit de 2e eeuw.
De middeleeuwse verbeelding van hemel en hel door Dante
De meest uitgebreide christelijke beschrijving van dit hiernamaals vind je waarschijnlijk bij de Italiaanse wetenschapper en kunstenaar Dante Alighieri in zijn boek : “De goddelijke komedie” (rond 1320). Daarin beschrijft/ verbeeldt hij de hel met verschillende kringen. Dan is er het vagevuur (bij Dante de louteringsberg genoemd, met op de top daarvan het aardse paradijs).En daarnaast de negen hemelsferen die als ringen rondom de aarde liggen. En daaromheen ligt de opperste hemel, waar de zielen van de zaligen / heiligen zich bevinden die God kunnen aanschouwen. En zo past iedereen ergens in een hokje.
In dit hiernamaals-model is ook nog sprake van het ‘voorgeborchte’ of ‘limbo’ (door paus Gregorius I in het jaar 593 aan de leer van de kerk toegevoegd) waar de zielen van die mensen zich bevinden die niet in de hemel, niet in de hel en ook niet in het vagevuur thuishoren.
Zoals bijvoorbeeld wie niet gedoopt was, wie leefde vóor de tijd van Christus én de deugdzame heidenen. Pastoraal was/is dat in de RK-Kerk een belangrijk probleem waarbij het onder meer gaat over (de begrafenis ) en het lot van de ongedoopte kinderen die zijn gestorven. Was het kind gedoopt dan ging de ziel naar de hemel , zo niet dan ging de ziel van het kind -vanwege de erfzonde- naar het voorgeborchte. In het apocriefe evangelie van Nikodemus (uit de 4e eeuw) lezen we in de Latijnse versies uit de 5e eeuw over de ‘nederdaling ter helle’ van Christus, met een speculatieve verwijzing naar Efeze 4:9 .
Christus haalt daar mensen uit het voorgeborchte en neemt hen mee naar de hemel.
Daarvan is een prachtige afbeelding- ca1310– van Duccio di Buoninsegna in Siena.
Hemel
Christelijke verbeelding van de hel
Een belangrijk verschil is er tussen de Latijnstalige Westerse kerk, met Rome als centrum, en de Griekstalige Oosterse kerk met Byzantium/Constantinopel als centrum. Voorbeelden zijn in het Westen Irenaeus, bissschop van Lyon (rond 175 ) die de biibelteksten vooral letterlijk interpreteert. En in het Oosten Clemens van Alexandrië (rond 200) die zoekt naar de diepere verborgen betekenis van de teksten , een zinnebeeldige (allegorische) interpretatie.
Kort door de bocht kun je zeggen dat in het Westen, met Augustinus (4e eeuw) als belangrijkste theoloog, het juridische principe van de rechtvaardigheid en de noodzaak van het (eeuwig) straffen van de zondaar deel uitmaakt van de ‘verbeelding’.
In het voetspoor van Clemens en zijn leerling Origenes is in het Oosten, met als belangrijkste woordvoerder Gregorius van Nyssa (4e eeuw) de gedachte van ‘de verzoening voor allen’ (in het Grieks: ‘apokatastasis’) als een optie open blijven staan. De gedachte – of in termen van ons theologisch café : de verbeelding - is dat de genade van God zo groot is dat die er zelfs is voor de ergste zondaar en dat God uiteindelijk alles en allen zal verzoenen en herstellen
De angst voor de eeuwige verdoemenis die kleeft aan het beeld van de hel is daarmee niet meer aan de orde. En de ‘hel’ is dan een plek van loutering.
Tenslotte
Ik zie drie kernpunten in onze verbeelding van hemel en hel:
Het eerste is dat wij geloven dat wij geborgen zijn bij God . Zoals de profeet Jesaja in zijn visioen zegt: ‘Ik vergeet jou nooit. Ik heb je in mijn handpalmen gegrift.’ En wij kunnen ons verbeelden , we kunnen geloven en hopen, dat dit niet alleen gezegd is voor de levenden maar ook voor de gestorvenen.
Het tweede is dat goed en kwaad relevant zijn en recht en straf moet geschieden in een oordeel maar dat het er uiteindelijk om gaat dat de rechtvaardige en de zondaar, de dader en het slachtoffer zich met elkaar verzoenen. En of dat in dit leven of na dit leven is , dat is een vraag.
Het derde is dat het Goddelijke ook al in het hier en nu vorm kan krijgen en dat het onze roeping is om recht te doen en er geen hel van te maken op aarde maar een paradijs.
En dat is , zo kunnen wij ons verbeelden in onze visioenen, in geloven en hopen , als een gemankeerde voorafschaduwing van wat komen gaat.
Hartelijke groet en tot ziens,
Jac.Franken