Voor de zomer speelde in de kerkenraad de grote vraag: Wat te doen met de verbouwing van de kerk? Ik moest steeds vaker denken aan de metafoor van de kerk als woonkamer. Ik deelde dit met de kerkenraad ter inspiratie. Ik deel het verhaal ook graag met u.
Stel je een grote woonkamer voor. Niet een woonkamer waarin alles netjes op zijn plek staat. Nee, een echte woonkamer. Een woonkamer waarin geleefd wordt. Waar gelachen wordt, waar soms iets omvalt, waar verschillende geluiden door elkaar klinken en waar niet iedereen hetzelfde denkt. Bij de voordeur liggen schoenen. In de hoek staat een bak speelgoed. Een treinbaan die nog niet is opgeruimd, een pop die op de bank en een knutselwerkje dat met trots op de kast is gehangen.
Voor de jongste kinderen is deze woonkamer een plek van ontdekking. Ze mogen spelen, vragen stellen, bewegen en verwonderd zijn. Niemand zegt: ‘Hier is geen plek voor jou.’ Juist hun geluid en hun nieuwsgierigheid maken het huis levendig. Een stukje verderop staat de spelcomputer van de tiener. Er klinkt soms harde muziek waarvan de opa’s en oma’s zich afvragen wat ze er eigenlijk van moeten vinden. En soms zuchten de jongeren als opa weer verhalen vertelt over vroeger en hoe goed het toen allemaal was.
Niet alles wat in deze woonkamer gebeurt, is voor iedereen de favoriete bezigheid. Maar iedereen weet: Ik ben hier niet alleen, ik zal af en toe plaats moeten maken. Aan de keukentafel zitten de ouders. Zij dragen verantwoordelijkheid. Ze zorgen dat er eten op tafel komt, dat er geluisterd wordt, dat ruzies worden uitgesproken en dat er ruimte blijft voor iedereen. Ze bouwen mee aan een huis waarin verschillen niet worden weggepoetst, maar waarin mensen leren om elkaar te verdragen en te waarderen.
In de vertrouwde stoel bij het raam zit oma. Zij vertelt verhalen van vroeger. Over momenten van blijdschap en verdriet. Over hoe het huis stormen heeft doorstaan. De jongere generaties luisteren niet altijd aandachtig. Maar die verhalen zijn als de balken onder het huis. Vaak onzichtbaar, maar onmisbaar voor de stevigheid ervan.
En dan is er de televisie. Soms staat er een teken- film op waar volwassenen weinig aan vinden. Soms een programma dat de jongeren saai vinden. En soms kiest de jongste generatie iets waar de ouderen niet naar willen kijken. Maar in een gezond huis wordt de afstandsbediening niet alleen vastgehouden door degene die het sterkst is of het oudst. Er wordt afgewisseld, doorgegeven en rekening gehouden met elkaar. Want uiteindelijk is het niet het belangrijkste wat er op de tv is maar dat iedereen gezellig samen op de bank zit.
Volgens mij kunnen we de woonkamer zien als een metafoor voor de kerk. De kerk is een huis waar baby’s mogen huilen, kinderen mogen ontdekken, tieners mogen zoeken, volwassenen hun verantwoordelijkheid mogen nemen en ouderen hun wijsheid mogen delen. Een kerk waarin de jongste leert van de oudste en de oudste zich laat verrassen door de jongste. Waar traditie en vernieuwing geen tegenstanders zijn, maar familieleden op dezelfde bank.
Een woonkamer waarin niet iedereen altijd zijn favoriete muziek hoort, zijn eigen stijl terugziet of zijn voorkeuren krijgt. Maar waarin iedereen wel iets veel waardevollers ontvangt: een plek op de bank in het huis van God.
En misschien is dat juist wel waar de verbouwing van onze kerk over zou mogen gaan. Niet alleen over muren, vloeren, stoelen of een andere indeling. Maar over de vraag: Wat voor woonkamer willen wij inrichten? Hoe kunnen we rekening houden met iedereen?
Lisette Brandsma


